Postrijtuigen
| Serie | Pd7011-7021 |
| Lengte | 21.800 mm |
| Gewicht | 49 ton |
| Draagvermogen | 15 ton |
| Fabrikant | Hawa |
| Bouwjaar | 1931 |
Pd7011-7021
Deze postrijtuigen zijn de laatste getrokken rijtuigen die in geklonken uitvoering zijn gebouwd. De rijtuigen zijn
in 1931 bij Hawa te Hannover gebouwd met een stalen geraamte en opgeklonken bekleding van staalplaat. Om zoveel
mogelijk licht in het rijtuig te krijgen is het stalen dak voorzien van een lichtkap. In verband met de
sorteerkasten en andere voorzieningen in een postrijtuig is het namelijk niet altijd mogelijk ramen in de zijwanden
aan te brengen.
De rijtuigen hebben aan één zijde een groot balkon met dubbele draaideuren dat gebruikt kan worden voor het
opbergen van postzakken. Daarna volgt een grote postafdeling en vervolgens weer een groot balkon met toilet en
kleerkast. Dit balkon heeft slechts een enkele draaideur. De grote postafdeling heeft in beide zijwanden twee stel
dubbele draaideuren. De beide balkons zijn van de postafdeling gescheiden door stalen en met hout beklede schotten
voorzien van een draaideur. Tegen deze schotten waren sorteerkasten aangebracht waarvan het gedeelte dat langer was
dan het schot en overstak langs de deur, draaibaar is. In de postruimte zijn behalve de gewone loketkasten en
postzakkenrekken, nog met een rolluik afsluitbare waardekasten voor onder andere de behandeling van aangetekende
poststukken.
Doordat de rijtuigen geen doorgaande langsgang hebben kunnen ze alleen aan het uiteinde van een trein of tussen
bagagewagens rijden. Aan de buitenzijde van de kopdeuren is als waarschuwingsmiddel wel een bel aangebracht. Deze bel
gaat vanzelf af als een van de balkondeuren of kopwanddeuren wordt geopend. Daarmee wordt het personeel gewaarschuwd
indien onbevoegden de wagen zouden willen betreden. Op deze manier kan treinpersoneel zich ook melden indien het rijtuig
tussen andere voertuigen is geplaatst.


Wijzigingen
Aanvankelijk waren beide balkons van de postafdeling gescheiden door stalen en met hout beklede schotten voorzien van
een draaideur. Tegen deze schotten waren sorteerkasten aangebracht waarvan het gedeelte dat langer was dan het schot
en overstak langs de deur, draaibaar is. Later werd de sorteerkast aan de zijde van het balkon voor de postzakken,
weggenomen evenals een gedeelte van het betreffende schot met binnendeur.
Halverwege de jaren vijftig werden de sluitseinijzers en trappen op de kopzijde vervangen door grote ingebouwde
sluitseinen onder de dakrand.
Vernummering
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de P7014, P7016, P7018 en P7019 verplicht verkocht aan de Deutsche Reichsbahn.
Daar kregen de rijtuigen aanvankelijk de nummers DRP P7014, P7016, P7018 en P7019, later vernummerd in DRP969-972.
De rijtuigen P7011 en P7015 raakten vermist gedurende de oorlog en bleken uiteindelijk ook bij de Deutsche Reichsbahn
dienst te doen onder de nummers P7011 en P7015.
De rijtuigen 7011 en 969 (ex-7014) hebben bij de DR zelfs nog computernummers gekregen: 50 50 00-10 498-2 en
50 50 00-11 490-8.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de bij de NS resterende rijtuigen P7012, P7017 en P7021 aansluitend vernummerd in
P7901-7903.

Postrijtuig P7015 van de Nederlandse Posterijen in de oorspronkelijke kleurstelling: donker NS-groen met zwart
geschilderde biezen en een aluminiumkleurig dak; 1931.
Foto: Het Utrechts Archief, catalogusnr. 152032
Levensloop
In de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog reden de postrijtuigen in diverse internationale treinen, waaronder die
van Hoek van Holland naar Frankfurt am Main en van Rotterdam naar Brussel Noord. Daarnaast reden ze mee in de
dagtreinen Vlissingen-Keulen en de nachttreinen Amsterdam-Keulen.
In de Tweede Wereldoorlog werden de rijtuigen gebruikt voor verzending van Duitse dienstpost naar Osnabrück, Emmerich
en Oberhausen.
Gedurende de doorlog werden de P7014, P7016, P7018 en P7019 verplicht verkocht aan de Deutsche Reichsbahn. Verder is
de P7015 in 1941 verhuurd aan de Deutsche Reichspost.
Uiteindelijk zijn na de Tweede Wereldoorlog de rijtuigen P7012, P7013, P7017 en P7021 teruggevonden. De P7013 is door
oorlogshandelingen verloren gegaan en wordt na de oorlog gesloopt. Bijna alle vermiste rijtuigen hebben gedurende de
oorlog in Duitsland dienst gedaan, waarbij twee rijtuigen in de DDR pas in de jaren 1970 werden afgevoerd.
Bij de NS reed na de oorlog een postrijtuig in de nachttrein van Hoek van Holland naar Altona, maar alleen op het traject
Utrecht-Osnabrück. Met de herinvoering van de Rheingold-Express in 1951 reed ook een postrijtuig met deze trein mee.
Na de indienststelling van de postrijtuigen plan C raakten de drie
resterende postrijtuigen al snel uit de gratie. De rijtuigen hadden, in vergelijking met de postrijtuigen plan C,
smalle deuren, een kleine laadruimte en slechtere (binnen)verlichting. Daardoor stonden de rijtuigen vaak op reserve.
Als ze dan gebruikt moesten worden, dan werden ze bij voorkeur naar het buitenland gestuurd, daar er dan minder
personeel mee reed. Zo was aan het eind van de jaren vijftig nog een postwagen van deze serie gesteld in de
Nord-West Express Utrecht-Osnabrück. Vanaf 1958 stonden zij voornamelijk op reserve.
In 1963 en 1964 werden de P7901-7903 buiten dienst gesteld.
In 1963 had de NS plannen om de P7012 te verbouwen tot bagagewagen voor speciaal RIC verkeer en te vernummeren in
D6732. Dat zelfde jaar was dit plan al weer van de baan. Ook de beoogde verbouw tot ongevallenwagen 157 092 is
uiteindelijk nooit doorgegaan.
In 1967 werden de postrijtuigen P7901-7903 gesloopt.
Resterende rijtuigen
Van deze serie rijtuigen is geen rijtuig bewaard gebleven.
Verder naar nummering en vernummering postrijtuigen.
Bronvermelding:
voor een overzicht van gebruikte bronnen zie de pagina boeken en artikelen
Naar boven ...
|
|

Postrijtuig P7020 van de Nederlandse Posterijen; 1931-1940.
Foto: Het Utrechts Archief, catalogusnr. 152035
Rijtuig P7901 in turkooise uitvoering, bedoeld om niet uit de toon te vallen in de treinen bestaande uit turkooise rijtuigen.
Amsterdam, september 1952.
Foto: W.A.C. Wendelaar, verzameling M. Haman
Een van de turkooise rijtuigen, de P7903. Goed te zien is hoe smal de laaddeuren van het rijtuigen zijn.
Foto: Museum voor Communicatie
|